|
Algemeen
De
dataset bestaat uit realisaties en ramingen van 20
sectoren uit de Nederlandse economie naar 3
grootteklassen. De realisaties lopen vanaf 1993 tot en met 2008; de ramingen zijn het vervolg van deze reeks en hebben in principe betrekking op de
korte termijn van t-1, t en t+1. Er wordt een beeld
gegeven van de economische ontwikkeling tegen de
achtergrond van gepubliceerde macro-economische
ontwikkelingen van het CPB.
Bronnen
Nationale Rekeningen (CBS)
Resultatenrekeningen MKB-sectoren EIM Macro Economische verkenningen CPB (in het voorjaar: Centraal economische Plan)
ERBO_enquete (VVK)
Diverse aanvullende bronnen

Variabele(n)
Exploitatiegegevens
afzet totaal
afzet binnenland
afzet buitenland
bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen
verbruik
loonkosten
winst voor belasting
arbeidsproductiviteit
Werkgelegenheid en aantal bedrijven
ondernemingen
totaal arbeidsvolume
arbeidsvolume zelfstandigen
aantal werknemers
arbeidsvolume werknemers
totaal aantal werkenden
aantal zelfstandigen
Investeringen
investeringen naar bestemming

Omschrijving
variabele(n)
Ondernemingen
De actieve onderneming (per 31 december) is de feitelijke transactor in het productieproces. Zij
wordt gekenmerkt door autonomie, beschrijfbaarheid en externe gerichtheid. In
het algemeen worden alle eenheden of combinaties daarvan die gericht zijn op
levering van goederen of diensten aan derden als actieve ondernemingen
beschouwd. Ook instellingen en beoefenaren van vrije beroepen kunnen hiertoe
worden gerekend. Marginaal actieve eenheden - bedrijven waarin niemand voor 15
uur of meer per week werkzaam is - worden niet in beschouwing genomen. Zie
voorts: 'CBS, Bedrijven in Nederland 1998 (Voorburg/Heerlen), 1998'.
Afzet totaal
De marktwaarde van de door bedrijven en overheid in een bepaalde periode
voortgebrachte goederen en diensten. Bij de handel betreft het de brutowinst,
hetgeen samenhangt met het feit dat de handel de voor doorverkoop aangeschafte
goederen niet transformeert, maar slechts zorg draagt voor de distributie in
tijd en ruimte. Het kenmerkende aspect van de handel als economische activiteit
is derhalve dienstverlening, zijnde het verschil tussen omzetwaarde en
inkoopwaarde van de verkochte goederen. Bij het bankwezen is als afzet
aangemerkt de voor verleende diensten ontvangen provisie en de rentemarge,
zijnde het saldo van ontvangen en betaalde interest. Bij het verzekeringswezen
gaat het om het saldo van ontvangen premies en betaalde uitkeringen. Dit komt
neer op de totale opbrengst na aftrek van de inkoopwaarde handelsomzet.
Afzet binnenland
De afzet, als beschreven bij afzet totaal, geldend voor Nederland.
Afzet buitenland
De afzet, als beschreven bij afzet totaal, geldend voor het buitenland.
Arbeidsproductiviteit
De bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen gedeeld door het totaal
arbeidsvolume.
Investeringen naar bestemming
Vastlegging van vermogen in kapitaalgoederen om langdurig te worden gebruikt in
het productieproces, en daarnaast deelnemingen in andere bedrijven. Als
kapitaalgoederen worden onderscheiden: grond en terreinen, grondwerken,
bedrijfsgebouwen, outillage (machines en inventaris), computers/pc's,
wegtransportmiddelen en andere transportmiddelen (schepen en vliegtuigen).
Investeringsgoederen kunnen in eigendom worden aangeschaft, dan wel worden
geleasd/gehuurd. Investeringen in buitenlandse vestigingen en overnemingen van
bedrijven, welke blijven bestaan, blijven buiten de beschouwing.
Loonkosten
Werkgeversbijdragen aan de sociale voorzieningen, vermeerderd met de beloning
voor bewezen diensten van werknemers.
Bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen
Het betreft hier het resultaat waarbij geen rekening wordt gehouden met de
slijtage van machines (afschrijvingen) en waarbij wordt gewaardeerd tegen
prijzen die de afnemer moet betalen, dat wil zeggen inclusief het saldo van
niet produktgebonden belasting en subsidies.
Verbruik
Uitgaven aan goederen en diensten ten behoeve van het productieproces, welke in
de beschouwde periode volledig worden verbruikt. Het betreft hier de
inkoopwaarde grond- en hulpstoffen, halffabrikaten en diensten door derden, de
uitgaven aan energie en de overige verbruikskosten.
totaal arbeidsvolume
Loontrekkers en zelfstandigen herleid tot voltijdeenheden.
Arbeidsvolume zelfstandigen
Zelfstandigen en meewerkende gezinsleden herleid tot voltijdeenheden.
Arbeidsvolume werknemers
Totaal aantal werknemers op de loonlijst herleid tot voltijdeenheden.
Aantal werknemers
Totaal aantal werknemers op de loonlijst per 30 september.
Totaal aantal werkenden
De som van werknemers op de loonlijst, medewerkende eigenaren, firmanten en
gezinsleden per 30 september.
Winst voor belastingen
Het uiteindelijke financiële resultaat van de ondernemingen, voordat
vennootschaps- dan wel inkomstenbelasting is betaald in een beschouwde periode,
als zijnde het saldo van alle opbrengsten en kosten uit zowel de normale
bedrijfsvoering als uit incidentele gebeurtenissen.
Aantal zelfstandigen
Werknemers niet voorkomend op de loonlijst. Omvat de medewerkende eigenaren en
firmanten, maar tevens de medewerkende gezinsleden van eigenaren en firmanten per 30 september

Dimensies
|
bedrijfsgroepen
|
SBI
|
|
landbouw,
bosbouw en visserij
|
A,
B
|
|
delfstofwinning
|
C
|
|
voedings-
en genotmiddelenindustrie
|
15,
16
|
|
metaalindustrie
|
27,
28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35
|
|
chemische-,
rubber- en kunststofverwerkende industrie
|
23,
24, 25
|
|
overige
industrie
|
17,
18, 19, 20, 21, 22, 26, 36, 37
|
|
nutsbedrijven
|
E
|
|
bouw
|
F
|
|
autosector
|
50
|
|
groothandel
|
51
|
|
detailhandel
|
52
|
|
horeca
|
H
|
|
transportsector
|
60,
61, 62, 63
|
|
communicatiesector
|
64
|
|
financiële
dienstverlening
|
J
|
|
verhuur
en exploitatie van onroerend goed
|
70
|
|
zakelijke
dienstverlening
|
71,
72, 73, 74
|
|
overige
dienstverlening
|
80.4,
O
|
|
zorg
|
N
|
|
overheid
|
L,
M excl. 80.4
|
|
bedrijven
marktsector
|
A,
B, D, E, F, G, H, I, J, 71, 72, 73, 74, 80.4, O
|
|
bedrijven
niet-marktsector
|
C,
70, N
|
|
bedrijven
|
A
-K, 80.4, N, O
|
|
totaal
|
A
- O
|
Grootteklasse-indeling
De grootteklasse van de sectoren is voor alle jaren de standaard EIM-grootteklasse-indeling:
- kleinbedrijf (0-9 werknemers)
- middenbedrijf (10-99 werknemers)
- grootbedrijf (100 en meer werknemers)
Vanaf 2008 zijn er echter additoneel cijfers beschikbaar conformd de EU-grootteklasse-indeling:
- small (10-49 werknemers)
- medium-sized/small (50-99 werknemers)
- European Sme's (0-249 werknemers)
- medium-sized (50-249 werknemers}
- medium-sized/large (100-249 werknemers)
- large (250 en meer werknemers)
Jaren
1993 tot en met huidig kalenderjaar + 1.

Gegevensoverzicht
Geen opmerkingen.
Ontbrekende
gegevens
Van een drietal sectoren is geen grootteklasse-indeling beschikbaar.
Dit zijn
de overheid, zorg en landbouw.

Aanvullende
informatie
Met ingang van 2008 zijn er data beschikbaar vanaf 1993. Voor alle variabelegroepen
(lopende prijzen, waardemutaties, volumemutaties en prijsmutaties) zijn zowel
realisatie- als ramingscijfers beschikbaar.
Naast de EIM-bedrijfsgroepen zijn
zowel op hoger als lager aggregatieniveau data beschikbaar. Deze kunnen in
onderling overleg gebruikt worden.
De ramingen worden gedaan in het voorjaar (meestal april/mei) en geactualiseerd
in september en december. De dataset wordt gebruikt tbv. de standaardrapportages “Kleinschalig ondernemen’ en “Ondernemen in de sectoren”.

|